Financiële begroting

Balans

Emu-saldo

EU-lidstaten mogen een EMU-tekort realiseren van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (bbp). In dit maximale tekort mogen, naast de Rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel hebben.
De begroting van gemeenten wordt opgesteld conform een (gemodificeerd) stelsel van baten en lasten. Het EMU-saldo wordt echter niet berekend op basis van baten en lasten, maar op basis van ontvangsten en uitgaven. Anders dan in het stelsel van baten en lasten drukken investeringsuitgaven en aan- en verkopen in het jaar waarin de transactie wordt gedaan volledig op het EMU-saldo. Er wordt geen rekening gehouden met afschrijvingen, noch met toevoegingen aan reserves en voorzieningen. Deze afwijkende berekening van het EMU-saldo leidt ertoe dat we ondanks een sluitende begroting een EMU-tekort hebben in 2026, 2028 en 2029.

T-1

T

T+1

T+2

T+3

2026

2027

2028

2029

2030

EMU-SALDO

-12.093

6.359

-39.544

-17.468

6.807

EMU-SALDO referentiewaarde

Verschil EMU-saldo & referentiewaarde

-12.093

6.359

-39.544

-17.468

6.807

Mutaties (1 januari tot 31 december)

Activa

Financiële vaste activa

Kapitaalverstrekkingen en leningen

0

-241

0

0

0

Uitzettingen

-122

0

350

0

0

Vlottende activa

Uitzettingen

-8.435

-7.671

-18.645

0

0

Liquide middelen

186

27

-145

-75

83

Overlopende activa

-2.030

1.273

1.950

1.865

-561

Passiva

Vaste Passiva

Vaste schuld

-5.033

-5.047

15.075

14.040

-4.181

Vlottende passiva

Vlottende schuld

1.049

-1.233

1.335

1.004

-1.106

Overlopende passiva

5.677

-6.691

6.643

4.214

-1.999

Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa

Deze pagina is gebouwd op 11/04/2026 12:57:53 met de export van 11/04/2026 12:51:11